Hoogbegaafdheid is meer dan cognitieve intelligentie

Child measuring knees
via flickr

Niks menselijks is ouders van hoogbegaafde kinderen vreemd. Het onderling de maat nemen van cognitieve vaardigheden van je kroost gaat ook onder die ouders onverminderd door. Tijdens een bijeenkomst voor deze ouders rolden de IQ-scores binnen 3 minuten over de vloer: “Mijn zoon is 7 en scoort buiten de marges van de test”, gevolgd door een andere die zich daarna geroepen voelt “Mijn zoon heeft twee klassen overgeslagen en heeft een IQ van 145” te moeten zeggen. Even voor de beeldvorming: een IQ van1 30 wordt als hoog intelligent beschouwd, vanaf 140 noemen ze het uitzonderlijk hoog intelligent. Met een IQ van 130 ben je de vmbo-klant onder hoogbegaafden, zeg maar. 

Ik voel me ongemakkelijk en word er een beetje melig van. Moet ik nu ook mijn kind op basis van deze attributen voorstellen? Nog geen twee maanden geleden vond ik hem een luie dromer, een wazige professor op zijn best. Het labelen van mijn kind op basis van zijn intelligentiescore voelt net zo irrelevant als wanneer ik dat op basis van zijn schoenmaat zou doen. “Hallo, mijn zoon is 10 jaar en heeft schoenmaat 39”. Zie je het voor je? Bovendien, hoogbegaafdheid bestaat volgens veel wetenschappers uit meer elementen dan alleen cognitieve intelligentie.

Samenspel van talenten

Er zijn een aantal modellen over hoogbegaafdheid in omloop. Een van de meest gebruikte en niet al te ingewikkelde is het Triadisch Interdependentiemodel van Joe Renzulli enFranz Mönks. Renzulli stelt dat behalve een IQ > 130 deze hoge intelligentie ondersteund moet worden met intrinsieke motivatie en creativiteit (creatief denken) om van hoogbegaafdheid te spreken. In aanleg is iemand met een hoge intelligentie in principe hoogbegaafd. Mönks stelde dat de omgeving zoals school, gezin en vrienden motivatie en creativiteit beïnvloeden. Wanneer motivatie en creativiteit dusdanig door invloeden van buitenaf ‘aangetast’ worden dat er niks van over blijft, blijft er ook van hoogbegaafdheid niets over.

monks

Er is meer dan excellente cognitieve intelligentie

En dat is wat me zorgen baart over het huidige onderwijs en de huidige prestatiecultuur die zich blind staart op excellente cognitieve prestaties. Hoogbegaafdheid en bijzondere prestaties zijn meer dan hoge intelligentie. Als leraren en ouders moeten we hoogintelligente talenten helpen hun motivatie te vinden en te houden, en hun creativiteit te voeden. En wat ze dan doen, zal verder gaan dan ons inbeeldingsvermogen en ons begrip. Dat valt niet te vatten in hoge cijfers of excellente prestaties.

Motivatie ontdekken

Hoe help je een hoogbegaafd kind gemotiveerd te zijn om iets te leren waar hij het nut niet van inziet? Omdat hij nadenkt hoe sterren geboren worden, of hoe het zou zijn als de wereld tastbaar uit vier dimensies zou bestaan. Dan zijn spellingsregels wel het meest futiele wat je zo’n kind kunt aanbieden. Met ‘omdat het hoort’ of ‘omdat ik het zeg’ kom je er niet, en als Newton, Galilei of andere geleerden zo hadden gedacht, dan leefden we nu nog in de Middeleeuwen.
Dat vergt vaardigheden in een hele andere categorie dan kinderen te vertellen wat ze moeten weten. Op zoek gaan naar het grote doel, of dat nu een dino scheppen is of iets heel anders is helpt ze te snappen welke stappen ze daar tussen moeten zetten. En welke plaats en nut spellingsregels daarin hebben. Maar dat is een reis van maanden, misschien wel jaren. In de tussentijd moet jij als ouder maar op je lip bijten en zien hoe hij door zijn schoolwerk heen sukkelt.

Creativiteit stimuleren

Kinderen stimuleren buiten de kaders te denken, met andere oplossingen te komen dan dat in het controleboek staat, oplossingen op een andere manier uit te werken dan het zoveelste werkstuk, en de ruimte geven net zoveel waarom-vragen te stellen die zij kunnen bedenken, dat is een van de moeilijkste manieren hoe je als ouder of leraar een hoogbegaafd kind kunt helpen.
Ik heb er geen tijd voor, geen geduld voor, geen zin in. Ik kan het niet controleren of beoordelen. Maar bovenal: ik begrijp het niet. Ik begrijp niet wat er in dat brein omgaat. Ik begrijp niet wat ik kan doen om hem dat voetje omhoog te geven zodat hij zijn ideeën uit zijn hoofd en in zijn handen kan brengen. Ik bevat niet waartoe hij allemaal in staat zou kunnen zijn als hij dat wil. Ik begrijp het niet en dat is angstaanjagend.
Maar dat betekent niet dat ik het niet zou moeten proberen. Het is oneerlijk om zijn opleiding hoofdzakelijk te vormen op het element wat ik wel begrijp. Door me blind te staren op zijn cognitieve vaardigheden doe ik twee andere talenten van hem te kort. Daarom stemt een nieuwe schoolinitiatief als de ‘School of Understanding‘ me hoopvol (ook al kiezen ze dan weer precies een op succes gefocuste vader in hun videotestimonial, jammer). En ben ik heel blij dat Junior voor het Walburg College heeft gekozen.
Vind jij die focus op cognitieve prestaties ook zo eenzijdig? Deel dan dit artikel via jouw favoriete social media!
 xoxo – Irene
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s